De bij op je terras die je wegjaagt met een tijdschrift is waarschijnlijk een van de weinige die je die zomer nog ziet. Meer dan de helft van de 360 wilde bijensoorten in Nederland staat op de rode lijst, en ook vlinders gaan hard achteruit. Je hoeft geen hovenier te zijn om daar iets aan te doen. Met een paar gerichte keuzes verander je een gewone achtertuin in een plek waar bestuivers zich thuis voelen, zonder dat het minder mooi wordt.
Waarom je tuin er echt toe doet
Nederland is dichtbevolkt en het buitengebied krimpt, waardoor tuinen steeds belangrijker worden als schuilplaats voor insecten. Volgens de Rijksoverheid is de bescherming van bijen en andere bestuivers een landelijke prioriteit, juist omdat particuliere tuinen samen een enorm oppervlak vormen. Eén verzorgde border met de juiste planten kan al net zoveel betekenen als een klein natuurgebiedje.
Het gaat niet om je hele tuin omgooien. Een hoekje van twee vierkante meter met de juiste beplanting maakt al verschil, en je kunt het combineren met de looks die je toch al wilde. Wil je je tuin dit seizoen sowieso aanpakken? Kijk dan ook naar de tuinmeubeltrends van dit seizoen zodat je in één keer klaar bent.
Kies bloemen die echt nectar geven
Niet elke bloem is nuttig voor een bij. Veel gekweekte sierrassen zijn dubbelbloemig gefokt voor uiterlijk, waardoor de bij er niet meer bij kan of er simpelweg geen nectar meer in zit. Ga voor enkelbloemige, liefst inheemse soorten:
- Lavendel en Salie, bloeien lang en trekken zowel bijen als vlinders
- Marjolein en tijm, dubbel handig want ook te gebruiken in de keuken
- Wilde margriet en duizendblad, laagdrempelig en verkrijgbaar bij elke tuincentrum
- Sedum, bloeit laat in het seizoen als andere planten al zijn uitgebloeid
Plant per soort een paar exemplaren bij elkaar in plaats van één plantje hier en daar. Bestuivers vliegen efficiënter en zien een bosje bloemen sneller dan losse stipjes verspreid door de tuin.
Denk aan het hele seizoen, niet aan één piekmoment
Een tuin die alleen in juni bloeit, helpt insecten maar drie weken per jaar. Bouw een bloeikalender op met soorten die elkaar afwisselen: krokussen en sneeuwklokjes in het vroege voorjaar, vervolgens vaste planten als borretjeskruid en salie in de zomer, en aster of sedum die tot in oktober doorgaan. Zo heb je altijd voedsel beschikbaar en zie je zelf ook langer wat vliegen en fladderen.
Waardplanten zijn net zo belangrijk als nectarplanten
Vlinders hebben iets anders nodig dan alleen nectar. Een rupsen kan meestal maar op één of twee plantensoorten overleven, de zogeheten waardplant. Brandnetel is misschien geen sierplant, maar levert onderdak aan rupsen van de dagpauwoog, atalanta en kleine vos. Heb je daar geen ruimte voor, dan werkt look-zonder-look ook goed en trekt die het oranjetipje aan. Laat een hoekje van de tuin bewust iets ruiger staan, met wat lang gras of dood hout. Dat is voor mensen minder fotogeniek, maar voor insecten precies waar ze overwinteren en zich voortplanten.
Vergeet water en nestgelegenheid niet
Een ondiep bakje met water en een paar steentjes erin, zodat insecten niet verdrinken, voorkomt uitdroging op hete dagen. Voor solitaire bijen, die geen korf bouwen maar los in de grond of in holle stengels nestelen, helpt een insectenhotel met verschillende gatdiktes, of simpelweg een stukje kale, onbemeste grond waar ze kunnen graven. Combineer dat met een regenton als je toch bezig bent: regenwater opvangen in de tuin is goedkoper voor jou en beter voor de planten dan kraanwater.
Wat je juist beter kunt laten
Chemische bestrijdingsmiddelen zijn de snelste manier om je net opgebouwde insectenpopulatie weer te verliezen, ook de biologische varianten maken geen onderscheid tussen plaag en nuttige soort. Maai je gazon niet wekelijks kort, maar laat een strook een paar weken staan tussen de beurten door. En kies bij bestrating voor halfverharding of grind in plaats van het hele terras dicht te leggen, zodat er nog grond overblijft waar planten en insecten iets aan hebben. Wie zijn tuin toch grotendeels wil herinrichten, kan de biodiversiteit ook meenemen in het grotere plan, zoals bij een mediterrane tuin met droogteminnende kruiden, die van nature al veel bijen trekken.
Dit zie je al binnen een paar weken terug
Het mooie aan bijen- en vlindervriendelijk tuinieren is dat het resultaat snel zichtbaar wordt. Zodra de eerste lavendel of salie bloeit, zie je al bezoek. Begin klein, met één border of een paar potten op het terras, en breid uit als je ziet wat werkt in jouw tuin. Je hoeft niet te wachten op een groot verbouwproject, dit weekend al een paar enkelbloemige planten erbij zetten is genoeg om te beginnen.